Bovenop het jaarlijkse budget van €1.600.000 voor de streektaal maakt Provincie Limburg nog eens €113.000 extra beschikbaar voor twee projecten om de positie van de Limburgse taal verder te versterken. Zuyd Hogeschool ontwikkelt in samenwerking met de Universiteit Maastricht en het Hoes veur ’t Limburgs een onderzoeksagenda naar het gebruik en de ontwikkeling van het Limburgs, met onder meer een onderzoeksrapport, vervolgvragen en adviezen voor monitoring en beleid. Tegelijk ontwikkelt Fontys Educatie, samen met partners, nieuw lesmateriaal en worden leraren opgeleid om het Limburgs in de klas toe te passen.
Op het gebied van streektaalbeleid is het contrast tussen de provincies Zeeland en Limburg enorm. Beide provincies kennen een relatief hoog percentage sprekers, maar waar Zeeland in feite geen enkel beleid op dit gebied kent, is Limburg juist bijzonder actief. Limburg ziet de streektaal niet alleen als immaterieel cultureel erfgoed, maar ook als waardevolle asset in een meertalige samenleving, een kans als het gaat om (taal-)onderwijs en ontwikkeling en een belangrijk onderdeel van een dynamische toekomst in de regio.
Ook het verschil met de Nedersaksische regio (Groningen, Drenthe, Overijssel en delen van Gelderland) is groot. Een mogelijke oorzaak voor het achterblijven van Zeeland op het gebied van streektaal is de perifere ligging ten opzichte van andere belangrijke dialectregio’s, waardoor men wellicht onbekend is cq zelden geconfronteerd wordt met projecten, kansen en mogelijkheden. Een andere mogelijke oorzaak is het feit dat Zeeland op academisch gebied volledig buiten de boot valt. De provincie heeft geen eigen universiteit en de Zeeuwse streektaal heeft als enige van Nederland en België nergens vast ‘onderdak’ bij of ondersteuning van een wetenschappelijk instituut.
Uus van t Zeêuws heeft de Provincie Zeeland gevraagd om een korte reactie/reflectie op de nieuwe investering in de Limburgse taal door de Provincie Limburg. Onze mail is tot op heden onbeantwoord gebleven.


