Het Zeeuws nu
Als dagelijkse omgangstaal is het Zeeuws al decennialang op zijn retour. Het aantal sprekers daalt en daarmee neemt ook het aantal gelegenheden af waarbij Zeeuws de voertaal is. Mensen weten steeds minder vaak of hun gesprekspartner Zeeuws spreekt of verstaat, zodat de keuze steeds vaker automatisch op de Nederlandse standaardtaal valt. Het dialect wordt meer en meer een thuistaal en begint in delen van het taalgebied een positie in te nemen die lijkt op die van het verwante Frans-Vlaams in het uiterste noordwesten van Frankrijk. Die positie wordt wel omschreven als een verborgen taal; soms weten buren niet eens van elkaar of ze de taal nog spreken.

Naar: Het regio- en provinciegevoel van Nederlanders (Ipsos I&O 2019)
Landelijke top drie
Toch zien de cijfers er niet eens zo slecht uit. Uit een onderzoek van Ipsos I&O in opdracht van de NOS uit 2019 kunnen we afleiden dat 64% van de bevolking van Zeeland Zeeuws kan spreken.
Een onderzoek van het CBS noteerde in 2022 29,4% Zeeuwstalige gezinnen in Zeeland. Dat is ongeveer evenveel als Drenthe en een stuk minder dan Limburg, maar wel veel meer dan alle overige provincies (Friesland niet meegerekend).

Trendlijn percentage Zeeuws als thuistaal periode 2001 – 2022
Daling vlakt af
Uit deze en andere cijfers van het CBS valt nog iets interessants af te lezen. De afname van het gebruik van de Zeeuwse dialecten als thuistaal vlakt namelijk af. De daling van het percentage overwegend Zeeuwstalige gezinnen gaat sinds 2015 lang niet meer zo snel als in de periode 2000 tot 2015. Dat wil zeggen dat er een kern dialectsprekers lijkt te ontstaan die bewust voor het Zeeuws als thuistaal kiest.
Drie speerpunten
Elders op deze site hebben we uitgelegd wat het belang is van de Zeeuwse streektaal voor de Zeeuwse samenleving. Dat gaat niet alleen om erfgoed en cultuur, maar ook om sociale en maatschappelijke waarden en zelfs strategische economische kansen van meertaligheid.
Gezien die belangen en gezien de boven geschetste situatie van de Zeeuwse dialecten, willen wij ons als Uus van t Zeêuws inzetten voor drie speerpunten. Het is ook ons ongevraagd advies aan de Provincie Zeeland, de Zeeuwse gemeenten en relevante organisaties in het veld om hetzelfde te doen. Deze drie speerpunten zijn:
Het algemeen beschaafd Nederlandsch is onze eigen taal in den vollen zin níet
F. den Eerzamen (Opbouw, 5 november 1946)

1. Meertalige opvoeding
Zeeland laat op dit moment grote kansen liggen op het gebied van meertaligheid bij jonge kinderen. Dat geldt voor kinderen in allerlei thuistaalsituaties. Eentalige anderstalige gezinnen, eentalige Zeeuwstalige gezinnen, gezinnen met een gemengde taalachtergrond et cetera. De focus ligt veel te veel op het aanleren van correct Nederlands en het ‘wegwerken van taalachterstanden’. Dat aanleren van correct Nederlands gaat via de kinderopvang en het onderwijs vanzelf. Juist als ouders thuis Nederlands tegen de kinderen spreken terwijl dat voor die ouders niet de eerste taal is, ontstaan er mogelijk problemen.
Het is voor de ontwikkeling van kinderen veel beter als er bewust wordt gekozen voor een meertalige opvoeding (meerdere talen thuis of een andere thuistaal dan de schooltaal). Dat betekent dat ouders tijdig actief en zorgvuldig geïnformeerd zouden moeten worden over thuistaal en meertaligheid. Ook zou er kennis over aanwezig moeten zijn bij kinderopvang en in het onderwijs.
Er valt voor wat betreft dit onderwerp veel te leren van onder meer Friesland en Limburg, waarbij bijvoorbeeld sommige kinderdagverblijven nadrukkelijk aandacht hebben voor meertaligheid en dit ook stimuleren.
>> Zie ook de projectpagina Kinders.

Voor mensen die te maken krijgen met zorg in welke vorm dan ook, is het fijn om zich te kunnen uitdrukken in hun eigen taal. Ze voelen zich gezien en dit draagt bij aan een positief zelfbeeld en daarmee ook aan hun mentale gezondheid. Voor zorgverleners kan enige kennis van de streektaal daarom heel nuttig zijn. Voor hen is er dit praktische zakboekje, inmiddels verkrijgbaar in bijvoorbeeld het Gronings, Sallands, Twents, Genemuidens, Veluws, Achterhoeks en het Drents.
2. Toegang verbeteren
De toegang tot het Zeeuws is in alle mogelijke opzichten slecht. Er is weinig literatuur in de streektaal, er is geen gelegenheid een van de Zeeuwse dialecten te leren verstaan of spreken, er is geen gelegenheid voor sprekers om elkaar te ontmoeten, er is geen universiteit of een ander gedegen instituut dat zich bezighoudt met publicaties over of onderzoeken naar of rondom het Zeeuws (Zeeland valt wat dat betreft vrij letterlijk in een gat tussen Holland en Vlaanderen). De Zeeuwse media besteden geen structurele aandacht aan het onderwerp. Op Omroep Zeeland is zelden Zeeuws te horen.
De toegang tot het Zeeuwse kan en moet veel beter. Daar zijn geen kapitalen of massa’s medewerkers voor nodig. Het volstaat om de huidige situatie goed in elkaar te brengen, in eerste instantie vooral het laaghangend fruit te inventariseren en daarmee aan de slag te gaan. Een inhaalslag is op dit gebied snel gemaakt.
>> Zie ook de projectpagina’s Toegang: Taalmaten en Bakje Zeeuws


3. Zichtbaarheid en aanwezigheid
Het aantal sprekers van de Zeeuwse dialecten neemt af. Daarmee verdwijnt het Zeeuws meer en meer uit ons dagelijks leven. Daarom wordt het steeds belangrijker om het Zeeuws zichtbaar te maken in onze samenleving. Het spreken van Zeeuws roept nog steeds vooroordelen op en sprekers verdienen meer emancipatie, waardering en zichtbaarheid. Om te onderstrepen dat de taal deel uitmaakt van onze cultuur en dat we het gebruik ervan, en daarmee meertaligheid en talige inclusiviteit, aanmoedigen.
Maar op dit moment is het Zeeuws zo goed als onzichtbaar. Dat geldt niet alleen voor de buitenruimte, maar ook voor bijvoorbeeld de regionale omroep en openbare instellingen.
Die zichtbaarheid kan makkelijk worden vergroot. Bovendien hoeft dat ook echt niet veel te kosten. Het belangrijkste is dat we er met z’n allen, zowel bewoners als overheden als media als bedrijven als andere organisaties, veel alerter zijn op mogelijkheden om het Zeeuws zichtbaarder te maken.
>> Zie ook de projectpagina Zichtbaarheid.
Nu aan de slag…
Goed, we hebben nu een beknopt maar realistisch beeld van de actuele situatie van de Zeeuwse dialecten. Natuurlijk is het aan te raden om die situatie veel uitgebreider te onderzoeken. Net zoals er wel meer taalkundige, sociolinguïstische en andere soorten onderzoek zijn aan te raden, omdat dergelijke onderwerpen voor het Zeeuws eigenlijk nooit zijn onderzocht en Zeeland ook wat dat betreft tegen een grote achterstand ten opzichte van andere provincies aankijkt. De focus heeft een eeuw (!) gelegen op het verzamelen van woorden, niet op (onderzoek naar) de positie en de mogelijkheden van de streektaal, bijvoorbeeld als onderdeel en uithangbord van een meertalige samenleving.
We hebben ook geschetst in welke richting men zou kunnen denken voor wat betreft het uitrollen van een effectief, nuttig en eigentijds streektaalbeleid. Omdat de afgelopen jaren van enig initiatief in die richting vanuit de Provincie Zeeland of bijvoorbeeld Erfgoed Zeeland geen sprake bleek (we hebben daarover meerdere malen contact gehad en vruchteloze besprekingen gevoerd met Erfgoed Zeeland), hebben wij als stichting Zuudwest 7 maar alvast een voorschot genomen.
Onze projectvoorstellen blijken buiten Zeeland namelijk wél gehoor te vinden, wat bijvoorbeeld resulteerde in een substantiële subsidie van het fonds Cultuurparticipatie voor de tweede helft van 2026. Wij kunnen als stichting deze ingeslagen richting nog jaren volhouden en ons zo prima nuttig maken voor de streektaal. Maar veel constructiever, consistenter en toekomstbestendiger zou het zijn als vanuit de provincie Zeeland een structureel streektaalbeleid wordt opgetuigd, bij voorkeur gebaseerd op het reeds bestaande beleid van provincies als Drenthe of Limburg (waarbij nadrukkelijk veel verder wordt gekeken dan alleen de erfgoedcomponent van streektaal). Deze provincies gaan onder meer financieel best ver, maar het zou slim, nuttig en efficiënt zijn om een van deze of beide provincies in ieder geval als voorbeeld te nemen en op basis van samenwerking met Limburg of Drenthe een vertaalslag naar Zeeland te maken.
Ook wat dat betreft hebben we een voorschot genomen in de vorm van deze website, het platform Uus van t Zeêuws, in navolging van Huus van de Taol (Drenthe) en Hoes veur ’t Limburgs. De Limburgse en Drentse initiatieven hebben vele duizenden euro’s gemeenschapsgeld gekost; ons Zeeuwse equivalent is gefinancierd uit privé-middelen van onze bestuursleden. ’t Is gaeren gedae!


