Henri Eduard Beunke kwam uit een tamelijk deftige Middelburgse familie. Als kind kampte hij met een zwakke gezondheid. Om aan te sterken, bracht hij veel tijd door in Domburg. Daar maakte hij kennis met het plaatselijke dialect en kreeg er aardigheid in om in die taal te schrijven. En dat deed hij bijzonder verdienstelijk. Beunke kon zich makkelijk meten met veel dialectschrijvende tijdgenoten uit andere delen van Nederland en Vlaanderen, als steekt bijvoorbeeld de Betuwenaar Jan Cremer nog wel een decimetertje boven hem uit.
Zijn oeuvre bestaat uit enkele flinke bundels verhalen en novellen en een aantal verspreide publicaties in diverse landelijke literaire tijdschriften. Daarvan is betrekkelijk veel online te vinden, dus mocht je onderstaande pdf van zijn belangrijkste bundel in één ruk uit hebben gelezen… Kom je dat boek juist niet zo makkelijk door, blader dan naar pagina 80 voor de korte novelle Dina. Dat is denkelijk z’n beste.
H.E. Beunke, Walchersche vertellingen. Schetsen en novellen. 1885 (2de druk)

