Een mini-taalatlasje met alle basics. Waar wordt Zeeuws gesproken? Wat valt er buiten het Zeeuwse taalgebied? En hoe zit het met Zeeuws overzee?

Om de wereld van het Zeeuws op een kaart te laten zien, heb je een wereldkaart nodig. Deze vier locaties kun je niet overslaan als je het verhaal van het Zeeuws wilt vertellen (je vindt op deze site overigens ook geluidsopnames uit al deze gebieden):
1. De Zeeuwse en Zuid-Hollandse eilanden en de Vlaamse kuststrook van Breskens tot Boulogne;
2. De Amerikaanse Maagdeneilanden, waar tot in de 20e eeuw een creooltaal werd gesproken die gebaseerd was op het Zeeuws en West-Vlaams. Mogelijk was de basis vooral het Vlissings van de 17e eeuw.
3. In Guyana werden ook twee Zeeuwse creooltalen gesproken. De ene langs de rivier de Berbice, met opmerkelijk veel invloed uit één Afrikaanse brontaal, de andere langs de rivier de Essequibo. Beide talen zijn aan het eind van de 20e eeuw uitgestorven.
4. Op een paar plaatsen in de Braziliaanse regio Santo Esperito wordt door enkele tientallen mensen nog een negentiende-eeuwse variant van het West-Zeeuws-Vlaams gesproken. Die Zeeuws-Vlamingen hebben zich rond 1850 in het gebied gevestigd en hebben hun taal nu al bijna 200 jaar weten vast te houden.


Een grove indeling van Nederland en Vlaanderen naar streektaal. Leidend is hier het onderscheid tussen de tweeklanken ij en ui (dijk en huis) versus de eenklanken ie en uu of oe (diek en huus of hoes).
Het grote grijze gebied omvat alle Hollandse en Brabantse dialecten (ij/ui). Rechtsonder het Limburgs, rechtsboven het Nedersaksisch en helemaal bovenin het Fries (allemaal ie/uu of ie/oe). Het Zeeuws en het West-Vlaams vormen samen de zuidwestelijke groep (ie/uu).


Het zuidwestelijk Nederlands, daar zou eigenlijk eens een goede verzamelnaam voor moeten worden verzonnen. Het valt grofweg uiteen in twee delen: het Zeeuws van de Zeeuwse en een paar Zuid-Hollandse eilanden, en aan de andere kant het West-Vlaams, waaronder het Zeeuws-Vlaams en het Frans-Vlaams.
Een opvallende afwezige: het oosten van Zeeuws Vlaanderen. Daar en in de grensstreek (Eede, Philippine, Sas van Gent en verder naar het oosten) worden Oost-Vlaamse dialecten gesproken.
Opvallende aanwezigen: Goeree-Overflakkee (de dialecten daar worden altijd bij het Zeeuws gerekend, ook al vertonen ze al heel wat Hollandse kenmerken) en Voorne-Putten. De dialecten op dat laatste eiland zijn een twijfelgeval; er zijn ongeveer net zoveel redenen om ze tot het Zeeuws te rekenen als om ze Hollands te noemen. Uit geopolitieke overwegingen staan ze hier als Zeeuws op de kaart.
Natuurlijk kun je al die dialecten op onze site beluisteren.


Een indeling van de zuidwestelijke dialecten (van noord naar zuid):
– ‘Hollands-Zeeuws’: Voorne, Goeree en Overflakkee (grijs)
– Noord-Zeeuws: Schouwen, Duiveland, Tholen en Noord-Beveland (paarsgrijs)
– Zuid-Zeeuws: Walcheren en Zuid-Beveland (lichtpaars)
– Zeeuws-Vlaams: West-Zeeuws-Vlaanderen (Land van Cadzand) en het Land van Axel (lichtblauw)
– Kust-West-Vlaams: het Vrije van Brugge en het grootste deel van de kust (lichtgrijs)
– Centraal-West-Vlaams: gaat in het oosten geleidelijk over in het Oost-Vlaams (grijsblauw)
– Westhoeks: het Franse en Belgische deel van deze streek zijn oorspronkelijk taalkundig nauw verwant, maar omdat Frans Vlaanderen van de rest van het taalgebied afgesneden is geraakt en de ontwikkeling van het Frans-Vlaams tot stilstand is gekomen, groeien de dialecten steeds verder uit elkaar (donkergrijs)
De Westerschelde vormt in dit hele taalgebied de grootste ’taalbarrière’. In het kaartje is een aantal belangrijke verschillen aangegeven. Tussen Zeeuws Vlaanderen en de Zeeuwse eilanden lopen onder meer de grenzen tussen jij en gij, vormen van zijn versus ben/wezen, de n-uitgang van werkwoorden en een overwegend zeer gesloten versus en overwegend zeer open uitspraak van de lange aa (ae versus ao).

Talen en dialecten kun je zo grofmazig of zo fijnmazig indelen als je maar wilt. Je kunt op wereldschaal werken, op nationaal of regionaal niveau, maar je kunt ook lokale dialectverschillen op een kaart weergeven. Hoe gedetailleerder je het maakt, hoe meer je in de buurt komt van het individueel taalgebruik van één persoon.
Een kaart zoals die hierboven is zo ongeveer de meest fijnmazige die je kunt maken zonder jezelf echt in minuscule details te verliezen. Het is een kaart van Walcheren die een aantal (vooral fonologische) isoglossen laat zien. Dat zijn grenzen van bepaalde verschijnselen. Aan de ene kant van een lijn zeggen ze bijvoorbeeld straot, aan de andere kant straete.
[klik op de kaart voor een vergroting]
De meeste van de grenzen op deze kaart kloppen nog wel zo’n beetje als je kijkt naar hoe de gemiddelde oudere inwoner van een plaats bepaalde woorden uitspreekt. Alleen verhuizen we zo veel en vinden we zo vaak een partner uit een andere plaats of regio, dat dit soort verschillen meer en meer verwatert.
Wat wel leuk is om te zien, is dat er een vrij groot gebied in het midden van het eiland is waar maar heel weinig dialect grenzen lopen. Daar wordt het eigenlijke Walchers gesproken. Westkapelle vormt een eiland en Domburg, Oostkapelle en Aagtekerke vormen samen een klein beetje een apart gebiedje, al zul je dat in de praktijk bijna niet kunnen horen.
Echt grote verschillen zijn er tussen aan de ene kant Middelburg, Vlissingen en Souburg (het zogenaamde ‘Burgerzeeuws’) en aan de andere kant de rest van het eiland.
Het oostelijke deel van het eiland is veel minder homogeen dan het westelijke. Arnemuiden doet bijvoorbeeld vaak mee met Nieuw- en Sint Joosland, maar soms ook met Middelburg of Veere. Er hangt daar al wat beans in de lucht, dan neigt dat vaak meer naar Noord- dan naar Zuid-Bevelands.


Begin 17e eeuw waren de Zeeuwen hyperactief in het Caribisch gebied. Ze veroverden eilanden en forten op Fransen, Spanjaarden en Engelsen, maar verloren die net zo snel weer. Het zou nog een hele tijd duren voordat de kaarten definitief geschud waren. Maar al die tijd dreven Zeeuwen er handel, vestigden nederzettingen en bouwden forten. Al vrij snel brachten ze tot slaaf gemaakte Afrikanen naar het gebied, zij het nog niet zo massaal als in de 18e eeuw.
Toen het betrekkelijk neutrale Denemarken in de jaren 1670 bezit nam van het eiland Sint Thomas, waren het vooral Caribische ‘Zeeuwen’ die op de kersverse kolonie afkwamen. Een bont gezelschap mensen met Zeeuwse, Vlaamse en Waalse roots, die soms al één of twee generaties daarvoor vanuit (meestal) Vlissingen waren vertrokken. Hun taal was waarschijnlijk een variant van het Zeeuws waar de scherpe kantjes een beetje vanaf waren, zoals we dat nog steeds kennen uit de Zeeuwse stadstalen van Middelburg en Vlissingen, het ‘Burgerzeeuws’.
Omdat deze groep op Sint Thomas en later op Sint Jan de meerderheid van de Europese bevolking vormde, werd hun taal er de belangrijkste omgangstaal. Vooral in de 18e eeuw werden vele duizenden Afrikanen in slavernij en onder verschrikkelijke omstandigheden naar de eilanden getransporteerd. Onder hen ontwikkelde zich al vroeg een gecreoliseerde vorm van het Zeeuws. Hun taalgebied breidde zich uiteindelijk ook uit naar een deel van Sint Croix.
Er is vrij veel bekend over deze ‘Zeeuwse’ creooltaal, vooral over de geschreven vorm. De enige bekende geluidsopnames zijn gemaakt van de laatste spreekster, mevrouw ’tante’ Alice Stevens, die in 1996 op Sint Jan overleed.
In de toekomst volgt nog veel meer informatie over deze en andere ‘Zeeuwse’ creooltalen. Voor nu kun je voor meer informatie terecht op de uitstekende site van Cefas van Rossem, een autoriteit op dit gebied: https://diecreoltaal.com


Waren het op de Deense Antillen losse groepen rondtrekkende ‘Zeeuwen’ op zoek naar een nieuw thuis, in wat we nu kennen als Guyana gingen de Zeeuwen systematischer te werk. Onder zogenaamd patroonschap van rijke Vlissingse kooplieden werden daar drie privékolonies gesticht: Berbice, Essequibo en later Demarara.
Ook hier hadden de eerste bewoners er vaak al een hele geschiedenis aan die kant van de oceaan op zitten. Sommige kolonisten waren afkomstig uit het voormalige Nederlandse deel van Brazilië, dat net door Portugal was veroverd. Zij namen waarschijnlijk ook tot slaaf gemaakte Afrikanen mee. Ook werd er veel heen en weer verhuisd tussen Guyana en eilanden in de buurt, zoals Tobago en Barbados.
Over de twee Guyaanse talen is veel minder bekend dan over het Virgin Island Dutch Creole. Het Skepi was het meest Zeeuws van de drie. Berbice Dutch stond er het verst vandaan. Maar liefst 40% van de woordenschat van die taal kwam uit het West-Afrikaanse Ijo. Zo’n grote, directe invloed van één Afrikaanse taal is uniek in de wereld van de Caribische creooltalen.
Hoewel deze talen wetenschappelijk natuurlijk zeer interessant zijn, mag niet uit het oog worden verloren dat ze in een bijzonder kwalijke context tot ontwikkeling zijn gekomen. Het verhaal gaat dat nergens in Noord- of Zuid-Amerika tot slaaf gemaakten zo slecht en zo wreed werden behandeld als in de Zeeuwse koloniën.
De laatste spreker van het Berbice was mevrouw Albertha Bell. Zij overleed in 2005. Met haar dood kwam er een einde aan bijna vier eeuwen Caribisch ‘Zeeuws’.


Natuurlijk, overal waar Zeeuwen neerstrijken, wordt Zeeuws gesproken. Zo kun je heel de wereldbol wel inkleuren. Maar er is één plek op de wereld waar het Zeeuws zich echt als omgangstaal van een complete gemeenschap heeft gesetteld en dat is in Brazilië. Daar trokken vanaf ongeveer 1850 vele honderden tot een paar duizend Zeeuwen naartoe. Dat waren vooral straatarme landarbeiders uit het westen van Zeeuws-Vlaanderen. Door een zware crisis in de landbouw was er nauwelijks werk en nauwelijks eten. Er worden nog steeds verhalen verteld over mensen die gras, bladeren en boomschors aten om niet van de honger om te komen.
Deze mensen was goede landbouwgrond beloofd aan de andere kant van de oceaan. Maar dat viel tegen. Eenmaal ter plaatse bleek er geen huisvesting en de grond, gelegen tegen onmogelijk steile hellingen, moest nog volledig ontgonnen worden. Een lang verhaal kort: pas na enkele generaties wisten de Zeeuwse Brazilianen uit het dal te klimmen.
Hun nakomelingen zijn inmiddels voor een groot deel uitgezwermd over Brazilië. Toch is er nog altijd een kleine vaste kern van Zeeuwse kolonisten in de staat Espirito Santo (Leopoldina, Garrafão). En juist daar, in de kern, zijn nog enkele tientallen Zeeuwstaligen te vinden. Ze spreken een negentiende-eeuwse vorm van het westelijke Zeeuws-Vlaams met Portugese woorden voor nieuwe begrippen en een aantal klanken en woorden die ze hebben overgenomen van hun Pommerse (Noordoost-Duitse) buren. De laatste Zeeuwse Brazilianen gaan op dit moment steeds meer op in de veel grotere groep Pommerianen.
De taal mag dan bijna zijn uitgestorven, de Zeeuwse roots worden nog altijd gevierd. Al noemen ze die roots zelf ‘Hollands’ en bestaat dat vieren onder meer uit het uitvoeren van klompendansjes in een fantasierijke versie van het Volendams kostuum.



